Hoe schrijf je iets op waar geen woorden voor zijn?
Een paar seconden veranderden "even steppen" in onze grootste nachtmerrie.
Dit is een brief over doodsangst, aanwezig blijven wanneer alles in je wil vluchten, en het bijna onwerkelijke besef dat we er allemaal nog zijn.
Ik begin gewoon maar met schrijven, want jou op een standaard of originele manier begroeten gaat me deze keer even niet lukken.
Ik zal je in de loop van deze brief uitleggen why.
Zoals ik je vorige week vertelde, zijn we even in Nederland. Hierna gaan we weer naar beneden, dus even een korte pitstop in NL.
Ons vaste plekje op de camping, waar we vrij zijn en de kids hun ding kunnen doen.
Dave een beetje vissen.
Joey even afspreken met vrienden.
Robbin werken.
En ik van alles wat.
En ik wil naar het onderwerp gaan, maar ik voel nu al dat mijn hart begint te bonzen.
Want ik weet niet of ik het moet delen.
Of ik het wíl delen.
En of ik er eigenlijk wel klaar voor ben.
Alleen heb ik gaandeweg deze maanden ook geleerd om bij mezelf te blijven als het spannend wordt.
Te voelen wat er feitelijk in mijn lijf gevoeld wil worden, en daarmee te zijn.
Niet vluchten.
Geen afleiding zoeken.
Niet weglopen.
Zakken.
Voelen.
Hier blijven.
En ergens voel ik dat als ik dit deel, ik het ook verwerk. Misschien wij allemaal als gezin wel een stukje.
Ik denk dat kwetsbaar zijn en je werkelijkheid delen iets is wat je voor jezelf kunt en mág houden. Niet alles hoeft gedeeld te worden.
Maar soms mag iets ook de wereld in. Omdat ik er misschien iemand anders mee aanraak. Omdat iemand anders daardoor kan voelen: ik ben niet alleen. En tegelijkertijd schrijf ik dit voor mezelf.
Want alles kwam als een stormvloed over me heen. En overspoelde me bijna.
Van even steppen naar complete horror
We waren allemaal in en rondom de camper.
De jongens waren wat aan het ouwehoeren en wilden even steppen.
Joey achteraan.
Dave voorop.
Gewoon even steppen.
Alleen veranderde dat binnen een paar seconden in complete horror. Horror in de diepste laag. Voor ons allemaal.
Joey hoorde een auto aankomen en schreeuwde dat Dave moest stoppen.
En in een soort slowmotionfilm draaide ik me om.
Ik zag mijn kinderen.
Mijn jongste voorop.
De auto.
En toen de klap.
Dave werd vol geraakt op zijn step, klapte met zijn hoofd tegen de voorruit, de auto remde en Dave vloog meters door de lucht. Als een lappenpop.
…
En vanuit daar stromen de tranen alweer.
Alles ging zo snel en tegelijkertijd zag ik alles als een film voorbijgaan. En ik weet nog precies wat ik dacht:
Joey rende naar Dave toe.
En ik kon niet sneller.
Mijn NEEEEEEE! schreeuwde als een echo door een leeg galmend veld.
En ergens, heel diep vanbinnen, zat tegelijkertijd een weten dat er niets aan de hand was. Terwijl mijn hoofd schreeuwde dat dit allesbehalve goed kon zijn.
Dave lag op de grond.
Joey stond er maar een paar meter vanaf en was als eerste bij hem. Mijn oudste kind, zelf compleet in shock en tegelijkertijd met dat ontiegelijk grote hart van hem, tilde zijn broertje op en bracht hem naar mij.
Dave werd wakker.
Begon te huilen.
Keek me aan.
Ik pakte hem in mijn armen.
Een onwerkelijk gevoel.
Hoe kan dit?
Hij moet kapot en gebroken zijn.
Heeft hij geen inwendige bloedingen?
Wat zie ik niet?
Ik onderzoek hem. Een paar wondjes op zijn hoofd. Schaafplekken op zijn rug. Een klein wondje op zijn elleboog en enkel.
"Voel je je voetjes, Dave?" "Ja mama."
En dan: "Mama… ben ik dood?"
"Nee liefje. Je bent oké. Mama heeft je. Alles komt goed."
"Adem eens naar je buikje." "Voel mijn hand, Dave." "Ik ben bij je."
Joey en Robbin staan er in ongeloof bij. Robbin onderzoekt hem ook. Want… is alles écht oké?
Het meisje dat hem aanreed staat compleet in shock. Trillend als een rietje. En tegelijkertijd stel ik ook haar gerust en houd ik haar in de gaten. Omdat ik weet hoe trauma werkt.
Ik vraag hoe het met haar gaat. Dat ze mag trillen. Dat ze dat vooral niet tegen hoeft te houden. Ik geef haar een knuffel. "Het lijkt oké. Hij leeft. Het is oké."
Ze stamelt dat haar ouders huisarts zijn en dat ze hen op wil halen als wij dat willen.
Achteraf denk ik in die waas: er had eigenlijk iemand met haar mee moeten gaan. Maar er was verder niemand. En wij hadden Dave.
Uiteindelijk kwamen haar ouders. Ze onderzochten hem. Alles leek heel. Tot de vragen begonnen. Dezelfde vraag. Keer op keer.
Dave begon vragen te stellen. En even later dezelfde vraag opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. Wel vijftig keer.
Robbin en ik keken elkaar aan.
Dit klopt niet.
Straks zijn er toch inwendige bloedingen.
Hij moet naar het ziekenhuis.
Intern ging werkelijk alles door me heen. En tegelijkertijd wist ik: Brigitte, blijf hier. Blijf kalm. Stel hem gerust. En niet alleen hem. Wij allemaal. Ook Joey.
Want hij stond drie meter van zijn broertje vandaan toen hij werd geraakt.
"Joey, ben je oké?" "Wij zijn bij je. Het komt goed."
Maar ik zie aan zijn blik dat hij alles opnieuw doorloopt. Alsof hij ergens zweeft tussen hier… en daarnet.
Naar de eerste hulp
We rijden naar de eerste hulp. Ik probeer Dave wakker te houden, want zijn oogjes worden moe.
"Hoe oud ben je, Dave?" "Acht, mama."
"Hoe heet je broer?" "Joey mam, ik ben niet dom."
Oké vriendje.
En even later stelt hij wéér dezelfde vragen. Ik maak me zorgen.
Ziekenhuis in.
Direct door naar de spoed.
De huisartsen hebben al gebeld en geregeld dat hij direct door kan. Ook hier kunnen ze soms vol zijn, en zou het zomaar kunnen dat we naar Heerenveen hadden gemoeten. Maar godzijdank hebben zij een ferme toon geslagen, en zo gezorgd dat wij direct met Dave terechtkonden 🙏
Bloedonderzoek.
En Dave raakt in paniek. Hij is eigenlijk direct even eruit. En met 'eruit' bedoel ik niet dat hij bewusteloos raakt. Ik zie hem als het ware uit het hier en nu verdwijnen. Zijn lijf is er, maar hij schiet in paniek en ik voel dat ik hem een beetje kwijtraak in zijn angst.
Een ziekenhuis heeft hij eerder meegemaakt en die ervaring heeft diepe groeven achtergelaten.
"Dave, mama is bij je. Het prikje voel je even, daarna voel je niets. Ze moeten alleen even je bloed checken."
Ze vragen of je een 3D-bril op wilt. Een filmpje. Vissen. Even afleiding zodat je niet meekrijgt wat ze doen.
En ik snap het. Echt. Hoe fijn dat dit er is voor kinderen die dat op zo'n moment nodig hebben.
Maar intern, wanneer ze die bril voor willen doen, voel ik iets anders.
Ik wil je niet zomaar weghalen uit dit moment.
Niet omdat je niet bang mag zijn. Juist wel.
En al helemaal niet omdat ik vind dat je 'flink' moet zijn.
Maar omdat ik voel dat jij hier hebt te zijn.
Hier. Bij ons. In je lijf. In het nu.
Iets heel spannends niet meekrijgen doordat je aandacht compleet ergens anders naartoe wordt gebracht kan ontzettend fijn zijn. Maar in mijn gevoel wil ik hem op dit moment niet verder wegbrengen van wat er gebeurt. Ik wil hem juist helpen terugkomen.
Want je hoeft niet weg wanneer iets heel eng is.
Je hoeft niet te verdwijnen in een filmpje om dit aan te kunnen.
Je mag bang zijn. Je mag huilen. Je mag trillen.
En ondertussen kun je voelen: wij zijn hier.
Dus voordat die bril opgaat vraag ik: "Wil je daar bij de vissen zijn? Of wil je hier samen met mama zijn? Ik praat tegen je en dan doen we het samen."
"Hier mama."
Oké liefje. Dan blijven we hier. Samen.
Ik leg mijn handen tegen zijn wangen. Niet omdat ik wil doen alsof die naald er niet is, maar zodat hij niet direct naar die naald kijkt. Zodat hij míj ziet. Mij voelt.
"Voel mijn handen, Dave." "Voel mijn hand op je buikje." "Ademen." "Ik ben hier." "Papa en Joey ook."
Ik kan die naald niet voor hem wegnemen.
Ik kan niet uit zijn lijf halen wat er net gebeurd is.
Ik kan zijn angst niet voor hem wegnemen. Maar ik kan aanwezig zijn. Ik kan bij hem blijven terwijl hij het voelt.
En als je jezelf even wél kwijtraakt? Dan help ik je terug. Hier. Bij mama.
Hij ziet dat het naaldje er inmiddels al in zit en vindt het spannend. Zo logisch.
"Zullen we samen fluisterend een gebedje doen, Dave? Dat God bij jou en je angst is? Dat Hij je helpt met je bange gevoel?" Hij knikt. En met mijn handen om zijn gezichtje en zijn handjes bij de mijne doen we fluisterend een gebedje. Ons eigen coconnetje. Midden op de spoed. Niet weg van wat er gebeurt. Er middenin. Samen.
Ik weet dat zijn hartje weet dat er op hem gepast wordt. Maar ik wil dat zijn lijf dat óók mag voelen.
Mama is hier.
Papa is hier.
Joey is hier.
Jij bent hier.
Mama… doet dat pijn?
Ze willen foto's maken van zijn borstkas en longen, en een scan van zijn hoofd.
"Mama… doet dat pijn?"
"Nee liefje. Ze maken foto's. Heeft mama ook gehad. Je voelt er niets van."
"En ik ga niet weg."
"Je zult mij kunnen zien."
"Ik blijf bij je. Dat beloof ik."
Samen maken we de foto's van zijn borstkas. Eentje van zijn buikje. En ik vertel hem dat mama dat ook kreeg toen hij in mijn buik zat. "Zo kunnen ze zien hoe het met je lijfje is. Want het was een flinke botsing."
Dan de scan. Zo'n groot apparaat. Dapper klimt hij erop. Mama probeert ergens nog grappig te zijn door het ding met een droogtrommel te vergelijken. Zo leek het op dat moment in mijn hoofd in ieder geval 🤣
Tot de laatste seconde blijf ik bij hem. De mevrouw legt hem ontzettend lief alles uit. En dan moet mama drie seconden achter de deur. Drie seconden. Meer niet.
Maar ik sta daar met mijn handen gevouwen. Biddend naar God. Laat alles goed zijn. Ik zet hem in gedachten in een gouden ei. Bij iedere foto. Iedere scan. Dat zijn lichaam beschermd is. Dat deze ruimte omgeven is met engelen. Dat er liefde en veiligheid bij hem is.
En dan gaat de deur weer open. We kijken elkaar aan.
Terug naar de kamer. Wachten. Samen met zijn grote broer, waar ondertussen ook de tranen stromen. Papa die ergens zichzelf zoekt in deze horror en probeert overeind te blijven. En mama die staat… en ergens naar een film kijkt die niet de hare lijkt.
Ik vraag mezelf telkens: ben ik hier?
Ja. Ik ben hier.
Maar het voelt alsof dit verhaal niet van mij is. En tegelijkertijd is het dat natuurlijk wel.
Ik ben in shock. Dat weet ik.
En ik weet ook dat ik hier heb te komen. Steeds opnieuw. Terug naar mijn lijf. Terug naar mijn adem. Terug naar mijn kinderen. Terug naar nú. Niet weg. Hier.
Ik check in bij mijn vriendin. Iemand die mij door en door kent. Ik heb iemand nodig die míj even checkt op een level dat ik op dat moment nodig heb. Ik loop na wat ze zegt. En godzijdank. Ik heb het allemaal gedaan.
Ik ben hier. Helemaal. En tegelijkertijd ben ik aan het verwerken. Voor mezelf en ruimte houdend voor mijn gezin. Want iedereen heeft hier weer te landen.
Alles is goed
De arts komt binnen.
En mijn weten wordt bevestigd. Al weet werkelijk niemand hoe in godsnaam dit mogelijk is.
Hoe?
Ik zie hem keer op keer als een lappenpop door de lucht slingeren. Ik zie de klap. De voorruit. De afstand. En Dave heeft alleen schaafwonden.
Ongeloof en dankbaarheid overspoelen ons. Joey kruipt bij hem in bed. Dave mag tot rust komen. "Probeer maar te slapen, snoepie." Ondertussen zijn we alweer drie uur verder.
Ze willen hem wel een nacht ter observatie houden. Hij is klein. De klap was enorm.
Papa haalt samen met Joey spullen. Ik klim bij je in bed en aai je wang. Want vanaf dat je baby bent pak je mama's wang vast als je moe bent. Nu aai ik die van jou. En je valt even in slaap.
Na een halfuurtje mag je naar je kamertje op de kinderafdeling. Mama blijft bij je slapen. Geen seconde wil ik je uit het oog verliezen.
Papa ligt nog even bij je. Joey geeft je een kus. En dan gaan zij samen naar huis. Papa zorgt voor zijn oudste kruimel. Ik voor onze jongste.
Je geeft over en blijft zo rustig. Zo trots ben ik op jou. Op hoe je dit allemaal doorstaat. We slapen samen. En worden samen iedere keer wakker voor de controles. Steeds opnieuw kijk ik naar je.
Je bent oké.
De volgende ochtend vragen ze zelfs of je een sportman bent, omdat je hartslag zo laag is. Ze schrokken er eerst van. Maar hij blijft continu laag en alles is verder goed. Je bent kerngezond.
En jij? Jij bent ondertussen wel klaar met al dat geneuzel 🤣 Je voelt je goed. Je hebt geen pijn.
Robbin en ik kijken elkaar aan en lachen met de rode neus die we van Dr. Joep van de CliniClowns hebben gekregen.
En blijkbaar kan dat dus ook. Na zoiets. Gewoon ineens weer lachen.
"Kom niet aan haar kienders"
We bedanken alle opa's en oma's boven. En oma Jo. Die pas een aantal weken geleden engel is geworden. Ik weet en voel dat zij jou beschermd heeft. Net als alle andere opa's en oma's. Maar zij stond vooraan.
Ik weet het. Ik voel het. En Robbin ook.
Zijn moeder beschermde haar kleine mannetje. Want kom niet aan haar kienders, zou ze in het Sneekers gezegd hebben. En blijkbaar ook niet aan haar kleinkinderen ❤️
Om één uur mogen we naar huis. Iedereen is eigenlijk verwonderd over hoe dit heeft kunnen verlopen. Wij. De artsen. Iedereen. Hoe kan een klein lijfje zo'n klap krijgen en hier zo uitkomen?
Voor mij is het een wonder.
Er is geen protocol voor herstel behalve rustig aan doen en goed naar je lichaam luisteren.
En dat doen mijn kinderen godzijdank.
Hier blijven terwijl alles in je wil vluchten
En misschien begrijp je nu waarom ik geen leuke openingszin kon bedenken. Ik moest dit op de één of andere manier verwerken. Door het te schrijven. Door het te delen.
En terwijl ik schrijf zie ik ook iets anders. Iets wat eigenlijk door die hele dag heen liep.
Aanwezig blijven.
Niet op de manier waarop je ergens zen op een kussentje zit terwijl alles heerlijk rustig is. Nee. Aanwezig blijven terwijl werkelijk alles in je lijf schreeuwt dat dit niet kan.
Terwijl je hoofd je het allerergste scenario laat zien.
Terwijl je kind door de lucht vliegt.
Terwijl je andere kind in shock staat.
Terwijl je man zichzelf probeert vast te houden.
Terwijl je zelf eigenlijk ook gewoon wilt instorten.
Steeds opnieuw: ben ik hier? Ja. Ik ben hier. Bij Dave met die naald. Bij Joey met zijn lege blik. Bij Robbin. Bij mezelf.
Ik kon de angst niet wegnemen. Niet bij hen. Niet bij mezelf.
Maar ik kon proberen er niet voor weg te gaan.
En ergens, midden in die pure paniek en de mogelijkheid dat we ons kind konden verliezen, voelde ik óók dat weten. Dat hij veilig was.
Zo bizar. Mijn hoofd nam me mee naar complete horror. Maar iets daaronder bleef rustig.
Moederinstinct. Gut feeling. God. Mijn ziel. I don't know. Misschien allemaal.
Ik hoop alleen dat ik het nooit meer op deze manier hoef te ervaren. Want wanneer ik naar die plek kijk, zie ik hem weer vliegen. Als ik denk aan hoe het had kunnen eindigen, stromen de tranen van dankbaarheid.
En als ik hem nu vasthoud en heel even denk dat mijn armen ook leeg hadden kunnen zijn… dan breek ik. Dan verlies ik mezelf in tranen.
Maar op dat moment doe ik mijn ogen open. En kijk ik hem aan.
We zijn samen. En wat een godsgeschenk is dat.
Als het leven je overspoelt
Het is eruit.
Ik heb het van me afgeschreven. En voor mij voelt het daarmee rond.
Dus ik sluit ook deze brief. Het zijn de laatste tijd niet bepaald de leukste brieven. We hebben flink wat voor onze kiezen gehad. Maar dit is ook het leven. Met ups. En fucking downs.
En daarin zijn praten, schrijven en hulp vragen voor mij een sleutel. Misschien ook voor jou.
Want als het leven je overspoelt met horror, hoef je niet altijd meteen te weten hoe je erbovenop komt. Misschien mag je eerst gewoon proberen hier te blijven.
En als dat niet lukt: vraag om hulp. Aan iemand die je liefheeft. Aan iemand die je kent.
Je bent nooit alleen als de golven te hoog zijn
om op te zeilen.
Je bent nooit alleen als de stroming je kopje onder trekt naar de diepte.
En als je gelooft zoals ik: vraag naar boven.
Hardop of in stilte in je hart. Om veiligheid. Om bescherming. Om hulp.
Want ik geloof dat engelen en Great Spirit er altijd zijn.
In je pijn. In je verdriet. In je verlies. In je dromen. In je nachtmerries. En in je verlangens.
Vraag om hulp.
En misschien hoef je daarna even helemaal niets.
Alleen je hand openen.
En ontvangen.
Tot volgende week, liefs
Brigitte
Reactie plaatsen
Reacties
Whaahhahaha @thea snap ik🤣
Joey zei en zegt het altijd... en dan vooral de manier waarop hij het zegt en het gebruikte, maakte dat ik in een deuk lag en het over heb genomen. Maar dan wel alleen Pieter, want er is ook een Linda en een Douwe. Die gebruikt hij niet, ik wel. Douwe gebruikt manlief meestal.
Pieter is zoiets als Linda. Pieter vindt alles prima, doet alles en luistert altijd wel en Linda is de zeurpiet die nooit iets begrijpt🤣 Maar Douwe, douwe is je spiegelbeeld.. Douwe komt als je even iets niet begrijpt maar echt wel snapt waar je bedoelt.
Het is alleen een dingetje geworden... in de sportschool gebruikte ik pieter continu, in het gezin gebruiken we het iedere dag. het wordt zelfs door anderen tegen mij gezegd🤣🤣🤣🤣
Pieter wordt beroemd, ik weet het zeker.
Kjeld las een stukje mee en vroeg zich af wie Pieter was 🤣
Het leest weer heerlijk weg, ben benieuwd naar je ervaringen bij montsegur, vriend woont daar vlakbij en vertelt wel eens wat interessante dingen over de katharen
Bedankt voor het delen! Groetjes aan je mannen ❤️
Hi bibian!
Hebben we haha, al moet ik eerlijk bekennen... toen was ie op🤣
Maar er moet wat in van dat spul met zulke boomstammen🤣🤣🤣🤣
Haha leuk weer om te lezen, en inderdaad stoer dat je het allemaal zelf even gefixt hebt!
Oja, er bestaan van die vloeistoffen die je in je cassette gooit waardoor de xxl frikandellen uit elkaar vallen. Dat maakt het legen een heel stuk makkelijker ;)
Lieve skat
Lekker bezig 😘
Hoop dat er geen gekke dingen zijn met Robbins werk en familie.
Lekker even Zijn!
Doeg👋🏻