Lang dacht ik dat dat misschien wel moest.

Mezelf aanpassen, kleiner maken zodat ik pas in dat beeld van de buitenwereld. 

Ik dacht dat er een bepaalde versie van mij hoorde bij het leven dat ik leef en de dingen waarin ik geloof.

Want als je je bezighoudt met spiritualiteit, bewustzijn, het zenuwstelsel, sjamanisme, energie, kruiden en de diepere lagen van het leven, ontstaat er al snel een beeld van hoe je dan blijkbaar hoort te zijn.

Rustig. Zacht. Wijs. In balans.

Het liefst vredig op een meditatiematje terwijl alles liefde is.

Nou...
Dat ben ik dus óók. Soms.

En ik ben de vrouw die drie seconden na haar meditatie keihard kan lachen om haar eigen slechte grap.
Die gelooft in God, Great Spirit, De Bron — welke naam je er ook aan wilt geven — en toch godverdomme roept als ze zich bezeert.
Die naast iemand kan zitten tijdens het overlijden en volledig aanwezig kan zijn bij wat daar gebeurt, maar ook schunnige humor heeft.
Die hout hakt en kisten draagt en een kwartier later vlechtjes in haar haar wil en een jurk aantrekt.

Ik dacht serieus weleens:

What the fuck is er mis met mij?

Waarom voel, zie en ervaar ik zoveel, waarom werkt mijn werk, maar pas ik totaal niet in het beeld dat ik daar zelf bij had gemaakt?

Tot ik iets begon te begrijpen.

Ik hoef helemaal niet te kiezen.
Ik ben niet óf spiritueel óf aards.
Niet óf sterk óf zacht.
Niet óf stil óf luid.
Niet óf serieus óf compleet onnozel.

Ik ben het allemaal.

Maar eigen*wijs leven begon voor mij ergens anders

Want luisteren naar wat diep vanbinnen klopt, klinkt prachtig.

Maar dan moet je het wel kunnen horen.

Jarenlang was mijn manier vooral: doorgaan. Begrijpen. Oplossen. Doorpakken. En ook in mijn eigen proces kon ik behoorlijk hard zijn. De volgende laag aankijken, weer iets oplossen, nóg harder werken aan mezelf.

Als ik maar hard genoeg beukte, kwam ik vanzelf wel waar ik wilde zijn.

Dacht ik.

Tot ik steeds meer leerde zakken. Uit mijn hoofd en mijn lijf in.

Door mijn innerlijke kindstukken aan te kijken. Door mijn zenuwstelsel te leren begrijpen en reguleren. Door lichaamswerk, adem, energie en alles wat ik door de jaren heen leerde — maar vooral ook zelf ervaarde.

Langzaam leerde ik niet alleen naar mijn lichaam te luisteren, maar er ook echt in aanwezig te blijven.

Bij spanning.

Bij verdriet.

Bij angst.

Bij alles wat ik vroeger het liefst zo snel mogelijk wilde oplossen, begrijpen of wegwerken.

En ergens onderweg ontdekte ik misschien wel het tegenovergestelde van wat ik altijd had gedaan:

Ik hoefde niet harder.

Ik mocht zachter.

Niet zachter in de zin van altijd rustig zijn, alles maar accepteren of nooit meer boos worden.

Maar zachter voor mezelf.

Stoppen met dat keiharde beuken. Niet ieder gevoel hoeven fixen. Niet iedere reactie veroordelen. Niet mezelf steeds voorbijrennen op weg naar een betere versie van mij.

En juist daar gebeurde iets.

Hoe zachter ik werd, hoe beter ik mezelf begon te voelen.

Wat van mij is.

Wat ik nodig heb.

Waar mijn grens ligt.

Wat niet meer klopt.

En vooral: wat diep vanbinnen wél klopt.

Daar begon ik pas werkelijk thuis te komen in mezelf.

En misschien is dát ook waarom die hokjes steeds minder passen.

Want hoe dichter ik bij mezelf kom, hoe minder behoefte ik voel om mezelf terug te brengen tot iets wat voor een ander makkelijk te begrijpen is.

Ik hoef niet meer te bedenken wie ik zou moeten zijn.

Ik mag voelen wie ik ben.

En misschien ben jij dat ook wel.
Misschien hoef jij óók niet minder te worden.

Want daar werd het voor mij pas echt interessant.

Ik begon te zien hoeveel energie er gaat zitten in jezelf aanpassen zodat de wereld om je heen je makkelijker kan begrijpen.

Niet te veel praten.
Niet te veel vertellen.
Niet te veel voelen.
Niet te aanwezig zijn.
Niet op de voorgrond.
Niet te veel ruimte innemen.
Niet te veel zijn.

Misschien herken je het

Dat stemmetje dat zich afvraagt wat een ander ervan vindt. Dat je nét even inhoudt. Je mond houdt terwijl je eigenlijk iets wilt zeggen. Of een deel van jezelf liever niet laat zien omdat het niet lijkt te passen bij de rest.

Ik heb niet het antwoord op hoe jij daarvan afkomt.
Wat ik wél heb, is een rugzak die door de jaren heen behoorlijk gevuld is geraakt.
Met ervaringen, kennis, ontelbare cursussen en opleidingen, fouten, spiritualiteit, lichaamswerk, zenuwstelselregulatie en vooral: heel veel zelf uitproberen en ervaren.

En precies dát vind je hier.

Ik schrijf over wat ik onderweg tegenkom — buiten mij én vanbinnen. Over wat mijn zenuwstelsel me leert. Over oude patronen die ineens weer opduiken. Over spiritualiteit zonder het perfecte plaatje eromheen.

Over reizen, moederschap, voelen, verlies, humor en de momenten waarop het leven ineens alles overhoop gooit.

Niet om jou te vertellen hoe het moet.
Maar om te delen wat mij helpt, wat ik ontdek en welk gereedschap ik onderweg verzamel.

Pak eruit wat bij jou past.
De rest laat je lekker liggen.

Misschien geeft een verhaal je herkenning.
Misschien een ander perspectief.
Misschien een praktisch handvat.
En misschien soms alleen het gevoel:

verrek, ik ben dus niet de enige.

Dat is voor mij De Eigenwijze Vrouw.

Niet iemand die het beter weet.
Maar iemand die steeds opnieuw leert luisteren naar haar eigen wijsheid.
En jou ondertussen misschien uitnodigt hetzelfde te doen.

Welkom♡

Kijk rond, lees mee en neem vooral mee wat van jou is.
♥ Brigitte